Wanneer je kind (deels) buiten het gezin verblijft, vraagt de overheid een bijdrage in de kosten van het verblijf en de verzorging. De verplichting om deze ouderbijdrage te betalen is wettelijk vastgelegd in de Jeugdwet. Het LBIO voert deze regeling alleen uit namens de overheid. Op deze pagina lees je wat de LBIO ouderbijdrage is, hoe het werkt en waarom deze bestaat. Ook leggen we uit wat de invloed is op jouw financiële situatie en eventuele andere toeslagen.
Wanneer krijg je te maken met ouderbijdrage LBIO?
In de praktijk merken veel ouders dat het niet direct duidelijk is wanneer de verplichting voor de ouderbijdrage LBIO precies ingaat. Omdat de startdatum afhankelijk is van de specifieke zorgsituatie, kan dit voor de nodige onduidelijkheid zorgen. Om deze verwarring weg te nemen over wanneer je nu precies moet gaan betalen, hebben we drie veelvoorkomende praktijkvoorbeelden op een rijtje gezet:
- Plaatsing in een pleeggezin: Stel, je kind kan door omstandigheden een tijdje niet thuis wonen en gaat naar een pleeggezin. Omdat de pleegouders een vergoeding van de overheid voor de dagelijkse kosten krijgen, vraagt het LBIO van jou een ouderbijdrage ter compensatie.
- Verblijf in een jeugdzorginstelling: Je kind heeft specialistische hulp nodig en verblijft doordeweeks en/of in het weekend in een instelling (residentiële zorg). Aangezien de instelling de volledige dagelijkse verzorging en het verblijf op zich neemt, wordt er van de ouders voor deze periode een bijdrage in de kosten gevraagd.
- Gezinshuis of kleinschalig wonen: Wanneer een kind via een beschikking van de gemeente in een gezinshuis wordt geplaatst, wordt dit gezien als ‘verblijf buiten het eigen gezin’. Ook in dit geval start het LBIO automatisch de procedure voor de ouderbijdrage.
Waarom betaal je een ouderbijdrage LBIO?
De gedachte achter de ouderbijdrage LBIO is dat de kosten voor de dagelijkse verzorging verschuiven zodra een kind in een instelling, pleeggezin of gezinshuis woont. Omdat de overheid nu de kosten betaalt voor bijvoorbeeld het eten, de kleding en de energie op de plek waar je kind woont, betaal je als ouder een bijdrage om een deel van deze kosten te dekken. Dit is wettelijk vastgelegd in de Jeugdwet en geldt voor alle ouders van minderjarige kinderen die dag en nacht buiten het gezin worden verzorgd.
Welke kosten vallen onder de LBIO ouderbijdrage?
De ouderbijdrage heeft alleen betrekking op de kosten van het verblijf en de dagelijkse verzorging van je kind, zoals huisvesting,
voeding en energie. Kosten voor behandeling, therapie, begeleiding of andere specialistische jeugdhulp vallen hier niet onder. Deze vormen van hulp worden volledig bekostigd vanuit de Jeugdwet en worden niet afzonderlijk aan ouders doorberekend.
Wie regelt alles en hoe verloopt de aanvraag?
Het LBIO voert de regeling uit voor de overheid. Je hoeft de ouderbijdrage niet zelf aan te vragen; dit gebeurt automatisch. De gemeente of de organisatie die de hulp regelt, geeft namelijk aan het LBIO door dat je kind (deels) niet meer thuis woont.
Na deze melding zoekt het LBIO uit hoe hoog jouw bijdrage wordt. Hiervoor vraagt het LBIO je inkomensgegevens op bij de Belastingdienst. Ze kijken daarbij naar je inkomen en je gezinssituatie van twee jaar geleden. Je krijgt daarna een officiële brief (een beschikking) waarin staat welk bedrag je per maand moet betalen en vanaf welke datum.
Wanneer ben je de ouderbijdrage LBIO verschuldigd?
Je betaalt deze bijdrage alleen zolang je kind jonger is dan 18 jaar. De verplichting start op de eerste dag dat je kind ergens anders verblijft en stopt zodra je kind weer naar huis komt of 18 wordt.
In sommige situaties hoef je echter geen bijdrage te betalen:
- Lage inkomens: Wanneer je inkomen op of onder het sociaal minimum ligt.
- Kort verblijf: Als je kind korter dan 24 uur ergens anders verblijft (bijvoorbeeld bij een hele korte crisisopvang).
- Geen gezag meer: In specifieke gevallen waarin de rechter heeft besloten dat je niet langer het gezag over je kind hebt. Let wel op: de plicht om financieel voor je kind te zorgen (de onderhoudsplicht) blijft soms toch bestaan.
Hoe bepaalt het LBIO de hoogte van de bijdrage?
Het LBIO berekent de hoogte van de bijdrage op basis van twee factoren:
- Inkomen
Het LBIO kijkt naar je verzamelinkomen. Dit is je totale inkomen (zoals loon, uitkering of winst) min je aftrekposten (zoals de hypotheekrente).
Daarbij kijken ze niet naar wat je nu verdient, maar naar wat je twee jaar geleden verdiende. Voor een berekening in 2026 gebruiken ze dus je gegevens uit 2024. Dit doen ze omdat je definitieve inkomen van dat jaar al helemaal bekend is bij de Belastingdienst.
- Gezinssituatie
Ook je gezinssamenstelling telt mee bij het berekenen van de bijdrage:
- Twee ouders (partners): De inkomens van beide ouders worden bij elkaar opgeteld.
- Alleenstaande ouders: Je betaalt vaak minder dan partners met hetzelfde inkomen, omdat je de vaste lasten alleen moet dragen.
- Gescheiden ouders: Meestal krijgt de ouder bij wie het kind officieel ingeschreven stond de rekening. Toch blijven beide juridische ouders verantwoordelijk voor de kosten van hun kind.
Let op: Het LBIO vraagt deze informatie niet bij jou op, maar rechtstreeks bij de Belastingdienst.
Richtlijnen ouderbijdrage LBIO
Verdien je op of onder het sociaal minimum? Dan hoef je meestal geen bijdrage te betalen.
| Jaar | Richtlijn Verzamelinkomen voor vrijstelling | Toelichting |
| 2025 | ca. € 22.500 – € 24.000 | Gebaseerd op de bijstandsnormen van 2025. |
| 2026 | ca. € 23.500 – € 25.000 | Geïndexeerd bedrag voor 2026. |
Wat als je situatie op dit moment anders is?
Omdat het LBIO uitgaat van je inkomen van twee jaar geleden, kan het bedrag hoger zijn dan wat je nu kunt betalen. Is je inkomen in de tussentijd flink gedaald, ben je gescheiden of is je partner overleden? Dan kun je het LBIO vragen om je bijdrage aan te passen aan je huidige situatie.
Het LBIO doet dit niet uit zichzelf. Je moet dit dus zelf aangeven en met gegevens (zoals een loonstrook of bewijs van je nieuwe gezinssituatie) laten zien dat je situatie is veranderd.
Kinderbijslag en Alimentatie
De ouderbijdrage van het LBIO heeft vaak invloed op andere zaken, zoals:
- Kinderbijslag: De Sociale Verzekeringsbank (SVB) krijgt ook door dat je kind (deels) ergens anders verblijft. Omdat je de ouderbijdrage betaalt, ziet de SVB dat je nog steeds meebetaalt aan de zorg voor je kind. Afhankelijk van de hoogte van dit bedrag en andere kosten (zoals reiskosten voor bezoek), bepaalt de SVB of je nog recht hebt op kinderbijslag. Dit kan vervolgens ook gevolgen hebben voor je kindgebonden budget.
- Kinderalimentatie: Als je gescheiden bent en kinderalimentatie betaalt, kan de ouderbijdrage voor een lastige situatie zorgen. De betaling aan het LBIO betekent namelijk dat je minder geld overhoudt. Hierdoor zou de alimentatie aan je ex-partner misschien omlaag moeten. Dit gebeurt echter niet automatisch; je moet dit vaak zelf via een advocaat of de rechter regelen.
Hoe maak je bezwaar tegen hoogte ouderbijdrage LBIO?
Als je het niet eens bent met de hoogte van de ouderbijdrage LBIO, dan kun je een officieel bezwaarschrift indienen. Dit doe je rechtstreeks bij het LBIO. In de brief (de beschikking) die je hebt ontvangen, staat precies naar welk adres of e-mailadres je je bezwaarschrift moet sturen.
Houd rekening met de volgende punten voor je bezwaar:
- De termijn: Je hebt 6 weken de tijd om bezwaar te maken. Deze periode gaat in op de datum die bovenaan de brief staat.
- De inhoud: Vermeld in je brief altijd het dossiernummer en je burgerservicenummer (BSN). Leg ook kort uit waarom je het niet eens bent met de beslissing.
- Bewijsstukken: Stuur direct bewijzen mee, zoals een recente loonstrook of documenten waaruit een wijziging in je gezinssituatie blijkt.
Als het bezwaar wordt afgewezen, kun je beroep instellen bij de bestuursrechter of een klacht indienen bij de Nationale ombudsman, maar de eerste stap is altijd het bezwaar maken bij het LBIO zelf.
In het kort
- De ouderbijdrage LBIO geldt als je kind onder de 18 buiten het gezin woont via de Jeugdwet.
- De bijdrage wordt automatisch berekend.
- Het bedrag hangt af van je inkomen van twee jaar geleden.
- Bij een laag inkomen hoef je meestal niet te betalen.
- Je kunt binnen 6 weken bezwaar maken bij het LBIO.
NCFI is gestart met een nieuw platform voor particuliere bewindvoerders, mentoren en curators waar je meer informatie kunt vinden. Bekijk de website en wordt lid van Mijn CBM voor Leden.
